Aangepaste Ari-skills maken op de RealWear Arc 3 zonder te programmeren

Aangepaste Ari-skills maken op de RealWear Arc 3 zonder te programmeren

Samenvatting

Een bedrijf heeft geen Android-ontwikkelaar nodig om veel nuttige workflows te maken voor de RealWear Arc 3. Ari ondersteunt aangepaste skills die u in gewone taal maakt via Ari Cloud en Ari Chat. U beschrijft wat de medewerker moet kunnen vragen, welke informatie Ari moet verzamelen, in welke volgorde de workflow verloopt en welk resultaat die moet opleveren. Ari zet die beschrijving vervolgens om in een herbruikbare skill.

In de praktijk is de werkwijze eenvoudig: open Ari Cloud in een browser, ga naar Skills, maak een nieuwe skill aan, beschrijf de taak in gewone taal, controleer de gegenereerde instructies, voeg alleen een connector toe als de skill Outlook, Teams of een andere dienst nodig heeft, sla de skill op en test hem op de Arc 3. Skills die u in Ari Cloud maakt, worden gesynchroniseerd met apparaten die met hetzelfde Ari-account zijn aangemeld. U hoeft dus geen APK te bouwen of handmatig te installeren.

Daardoor zijn Ari-skills vooral nuttig voor bedrijven die checklists, dienstoverdrachten, inspecties, storingsmeldingen, standaardwerkprocedures of begeleide taken op de werkvloer willen digitaliseren zonder een eigen applicatie te onderhouden.

Een korte introductie tot Ari en Ari-skills

Ari is de spraakgestuurde AI-laag die met de RealWear Arc 3 wordt gebruikt. Medewerkers kunnen gewoon praten om vragen te stellen, het apparaat te bedienen, apps te openen en gekoppelde diensten te gebruiken. Ari Cloud is het browsergebaseerde dashboard waarin gebruikers skills, connectors, geheugen, eerdere chats en accountinstellingen beheren; een Devices-weergave staat aangekondigd als 'coming soon'. Apparaat- en gebruikersbeheer voor het hele bedrijf gebeurt in het aparte Ari Business Portal.

Een Ari-skill is een herbruikbare set instructies voor een taak. In plaats van steeds dezelfde procedure uit te leggen, leert u Ari de workflow één keer aan. De skill kan de medewerker daarna telkens door dat proces leiden wanneer daarom wordt gevraagd.

Lees dit artikel voor meer informatie over Ari: “Ari instellen op de RealWear Arc 3: connectors, skills en talen.”

Wat u nodig hebt voordat u een skill maakt

· Een RealWear Arc 3 die bij Ari is aangemeld met hetzelfde account dat u in Ari Cloud gebruikt.

· Een computer met een moderne browser. Een skill maakt u het makkelijkst op een desktop of laptop.

· Toegang tot Ari Cloud via cloud.ari-os.com.

· Eén duidelijk afgebakende workflow om als eerste te bouwen. Begin klein, bijvoorbeeld met een storingsmelding, inspectiechecklist of dienstoverdracht.

· Alleen een gekoppelde dienst als de workflow een ander systeem moet raadplegen of bijwerken, zoals Outlook, Teams of een bedrijfstool.

· Goedkeuring van uw organisatie voor alle gegevens, connectors en externe diensten die de skill gebruikt.

Geen ontwikkelaar nodig: aangepaste Ari-skills zijn inbegrepen in de huidige Core-, Pro- en Ultra-abonnementen van Ari. RealWear omschrijft skills als no-code en geeft aan dat u ze vanuit de browser kunt maken en beheren.

Zo maakt u een aangepaste Ari-skill zonder code te schrijven

Stap 1: open Ari Cloud in uw browser

Een skill maakt u in de browser, niet op de Arc 3 zelf. Zo hebt u een groter scherm om de workflow te schrijven, te controleren en te testen voordat een medewerker op de werkvloer ermee aan de slag gaat.

1. Open Ari Cloud. Ga op een computer naar cloud.ari-os.com.

2. Meld u aan. Gebruik hetzelfde Ari-account dat aan de RealWear Arc 3 is gekoppeld.

3. Controleer het account. Zorg dat de Arc 3 met hetzelfde account bij Ari is aangemeld voordat u de workflow bouwt. Ari Cloud heeft nog geen apparatenlijst; een Devices-weergave volgt binnenkort.

Open Ari Cloud

Stap 2: open het onderdeel Skills

Ari Cloud brengt apparaten, skills, connectors en andere accounttools samen in één browserdashboard. Open het onderdeel Skills via de hoofdnavigatie van Ari Cloud. Hier kunt u bestaande skills bekijken en nieuwe skills maken.

1. Selecteer Skills. Open de pagina Skills in Ari Cloud.

2. Kies ervoor een skill te maken. Start een nieuwe aangepaste skill of open de ingebouwde skillbuilder.

3. Gebruik de begeleide builder. U hoeft geen bestanden aan te maken, geen code te schrijven en geen ontwikkeltool te openen.

Stap 3: bepaal precies wat de skill moet doen

Beschrijf de workflow in één zin voordat u iets in de builder typt. De beste eerste skills hebben één duidelijk doel en een duidelijk eindpunt.

Eenvoudig voorbeeld: Voorbeeld: “Als een medewerker een machinestoring meldt, vraag dan naar het apparatuur-ID, de locatie, het probleem en de ernst. Herhaal de informatie ter bevestiging voordat het definitieve rapport wordt aangemaakt.”

Leg voor een bruikbare skill vijf dingen vast:

· Trigger: wat moet de medewerker zeggen of vragen om de skill te starten?

· Informatie: welke gegevens moet Ari verzamelen?

· Volgorde: welke vraag of actie komt eerst, als tweede en als derde?

· Bevestiging: wat moet Ari bevestigen vóór een belangrijke actie?

· Resultaat: wat moet de skill aan het eind opleveren?

Stap 4: beschrijf de workflow in gewone taal aan Ari

Open de skillbuilder en beschrijf het proces alsof u het aan een nieuwe medewerker uitlegt. In de openbare documentatie van Ari heet dit een conversationeel proces: u legt uit wat u wilt, en Ari bouwt de skill samen met u.

1. Schrijf het doel op. Omschrijf de taak in één duidelijke zin.

2. Voeg de vragen of acties toe. Vertel Ari naar welke informatie het moet vragen en in welke volgorde.

3. Voeg de regels toe. Leg uit wanneer Ari moet bevestigen, stoppen, herhalen of naar ontbrekende informatie moet vragen.

4. Bepaal het eindresultaat. Geef aan wat Ari moet doen als de workflow is afgerond.

Vermijd technische formuleringen als de workflow zelf eenvoudig is. “Vraag naar het machine-ID en vraag dan wat er is gebeurd” werkt meestal beter dan het proces te beschrijven als softwarelogica.

Stap 5: controleer de skill die Ari maakt

Sla de eerste versie niet op zonder hem te lezen. Door AI gegenereerde workflows kunnen een stap verkeerd begrijpen, een voorwaarde overslaan of een aanname doen die een menselijke operator niet zou doen.

1. Lees de trigger. Controleer of de medewerker de skill met natuurlijke bewoordingen kan starten.

2. Controleer elk vereist gegeven. Zorg dat de skill vraagt naar alle informatie die nodig is om de taak af te ronden.

3. Controleer de volgorde. Ga na of vragen en acties het echte bedrijfsproces volgen.

4. Voeg bevestigingen toe. Gevoelige of onomkeerbare acties mogen niet plaatsvinden zonder duidelijke bevestiging van de gebruiker.

5. Vereenvoudig de formulering. Workflows voor de werkvloer moeten kort genoeg zijn om te gebruiken terwijl de medewerker zijn eigenlijke werk doet.

Stap 6: voeg alleen een connector toe als de skill een andere dienst nodig heeft

Een skill kan zonder connector werken als begeleide workflow. Voeg alleen een connector toe als Ari informatie uit een andere applicatie nodig heeft of daar een actie moet uitvoeren.

  • Alleen een checklist of begeleide procedure: Mogelijk is geen connector nodig.
  • E-mail- of agendagegevens uit Outlook: Koppel de betreffende Microsoft-dienst in Ari Cloud.
  • Teams-berichten of contactpersonen: Schakel de ondersteunde Teams-/contactenconnector in.
  • Een bedrijfsspecifiek systeem: Gebruik een beschikbare integratie of goedgekeurde bedrijfsconnector, als die wordt ondersteund.

Het huidige platform van Ari ondersteunt een groeiende connectorbibliotheek, met onder meer diensten als Outlook, Calendar, Contacts en Teams. Organisaties kunnen bepalen welke integraties zijn toegestaan, dus mogelijk is goedkeuring van IT nodig.

Stap 7: sla de skill op en laat hem synchroniseren

Is de workflow correct, sla de skill dan op in Ari Cloud. Volgens Ari worden skills die in de browser zijn gemaakt gesynchroniseerd met aangemelde apparaten. Zo kan de skill beschikbaar komen op de gekoppelde Arc 3 zonder dat u een applicatie hoeft te bouwen of te sideloaden.

1. Sla de skill op. Geef hem een duidelijke, zakelijke naam, zoals “Machinestoring melden” of “Dienstoverdracht starten”.

2. Controleer of het juiste account wordt gebruikt. De Arc 3 en Ari Cloud moeten hetzelfde Ari-account of dezelfde bedrijfsuitrol gebruiken.

3. Laat het apparaat synchroniseren. Houd de Arc 3 online voor de eerste test.

Stap 8: test de skill op de RealWear Arc 3

Voer de laatste test uit op de bril, in de omgeving waar de medewerker de workflow daadwerkelijk gaat gebruiken.

1. Start Ari. Zeg op de Arc 3 “Hey Ari” of gebruik de ingestelde startmethode voor Ari.

2. Vraag op natuurlijke wijze om de skill. Bijvoorbeeld: “Machinestoring melden.”

3. Beantwoord de vragen. Doorloop de workflow precies zoals een medewerker op de werkvloer dat zou doen.

4. Controleer de bevestiging. Zorg dat Ari belangrijke informatie herhaalt of bevestigt vóór de laatste actie.

5. Controleer het resultaat. Ga na of de skill eindigt met de verwachte output of gekoppelde actie.

6. Herhaal de test met een tweede gebruiker. Een workflow die voor de maker vanzelfsprekend is, kan voor een andere medewerker toch onduidelijk zijn.

Stap 9: verfijn de skill na gebruik in de praktijk

No-code betekent niet dat u niet hoeft te testen. Gebruik de eerste pilot om te zien waar medewerkers aarzelen, onverwacht antwoorden of de verkeerde actie starten.

· Maak vragen korter die medewerkers Ari steeds laten herhalen.

· Voeg voorbeelden toe als een veld of keuze onduidelijk is.

· Maak expliciet welke informatie verplicht is.

· Voeg een bevestiging toe voordat bedrijfsgegevens worden verzonden, aangemaakt, verwijderd of gewijzigd.

· Test waar relevant met verschillende accenten, talen en niveaus van achtergrondgeluid.

Omdat skills in de browser worden beheerd, kunnen bedrijven de workflow bijwerken zonder een Android-applicatie opnieuw te bouwen en te distribueren.

Voorbeeld: een skill voor het melden van machinestoringen bouwen

Een skill voor storingsmeldingen is een goed eerste project: de workflow is gestructureerd, eenvoudig te testen en nuttig voor alle onderhoudsteams.

  • Naam van de skill: Machinestoring melden
  • Trigger: “Storing melden” of een vergelijkbaar, natuurlijk verzoek
  • Vraag naar: Apparatuur-ID, locatie, probleem en ernst
  • Volgorde: Apparatuur → locatie → probleem → ernst
  • Bevestiging: Herhaal de vier gegevens en vraag de medewerker om bevestiging
  • Eindresultaat: Maak een gestructureerde samenvatting van de storing, of verstuur die via een goedgekeurde connector als die is ingesteld

Een instructie in gewone taal voor de builder kan zijn: “Maak een skill voor het melden van storingen aan apparatuur. Vraag één voor één naar het apparatuur-ID, de locatie, het probleem en de ernst. Ontbreekt er een gegeven, vraag er dan opnieuw naar. Herhaal aan het eind alle gegevens en vraag de medewerker om bevestiging voordat je de melding afrondt.”

Tips voor betere Ari-skills

· Begin met één workflow, niet met een volledig afdelingsproces.

· Schrijf de skill voor de medewerker, niet voor degene die het proces heeft ontworpen.

· Stel waar mogelijk één vraag tegelijk.

· Gebruik duidelijke afrondingscriteria, zodat Ari weet wanneer de taak klaar is.

· Laat belangrijke informatie bevestigen voordat die wordt verzonden of gebruikt.

· Stem de bedrijfsterminologie af op de woorden die medewerkers al gebruiken.

· Test in de echte omgeving, inclusief lawaai, pbm's en een zwak netwerk.

· Toets privacy en bedrijfsbeleid voordat u e-mail, Teams of andere bedrijfsgegevens koppelt.

Beveiliging en AVG

Skills kunnen te maken hebben met bedrijfsgegevens, gekoppelde diensten en door AI gegenereerde output. Volgens de huidige Ari-voorwaarden van RealWear blijven gebruikers verantwoordelijk voor het controleren van AI-output en voor het waarborgen dat de gegevens die zij aanleveren rechtmatig zijn en door het bedrijfsbeleid zijn toegestaan. Gebruikt een skill persoonsgegevens, gevoelige informatie of Microsoft 365-connectors, dan moeten organisaties vóór de uitrol hun interne regels voor gegevensverwerking en de toepasselijke AVG-vereisten toetsen.

Conclusie: maak een Ari-skill in een paar eenvoudige stappen

Een Ari-skill maken voor de RealWear Arc 3 hoeft niet te beginnen met een softwareontwikkelingsproject. Voor een bedrijf zonder ontwikkelteam biedt Ari Cloud een praktische no-code-route om terugkerende werkprocessen om te zetten in spraakgestuurde workflows.

Het proces ziet er zo uit:

1. Open Ari Cloud en meld u aan met het account dat op de Arc 3 wordt gebruikt.

2. Open Skills en start een nieuwe aangepaste skill.

3. Beschrijf de taak in gewone taal: trigger, vragen, volgorde, bevestiging en resultaat.

4. Controleer de gegenereerde workflow en vereenvoudig die.

5. Voeg alleen een connector toe als de workflow een andere dienst nodig heeft.

6. Sla de skill op en laat hem synchroniseren met de Arc 3.

7. Start Ari op de bril, voer de skill uit en test hem met echte medewerkers.

8. Verfijn de formulering en regels vóór een bredere uitrol.

Het grootste voordeel is snelheid: een bedrijf kan testen of een workflow nuttig is voordat het investeert in Android-ontwikkeling op maat. Voor checklists, overdrachten, inspecties en gestructureerde processen op de werkvloer is die no-code-aanpak vaak het betere startpunt.

Wilt u een no-code Ari-workflow testen op de RealWear Arc 3? VR Expert kan bedrijven helpen bij het beoordelen van de hardware, het voorbereiden van een pilot en het bepalen van een praktische eerste workflow, voordat ze overstappen op een grotere uitrol of ontwikkeling op maat.

João Noronha

Geschreven door

João Noronha

XR- en Immersive Content Specialist bij VR Expert

João Noronha is XR- en Immersive Content Specialist bij VR Expert, met een sterke interesse in opkomende technologieën en hun praktische toepassingen. Hij richt zich op het vertalen van complexe ontwikkelingen op het gebied van VR, AR, AI-brillen en immersieve technologie naar heldere, praktische content voor bedrijven en professionals die de XR-sector verkennen.

Veelgestelde vragen

Dit artikel

Nee. RealWear omschrijft Ari-skills als no-code. U maakt ze in de browser door de taak in gewone taal te beschrijven.

Open Ari Cloud in een browser via cloud.ari-os.com, meld u aan en open het onderdeel Skills. Ari Cloud is de centrale plek om aangepaste skills te maken, te bewerken en te beheren.

In de praktijk maakt u skills in Ari Cloud of Ari Chat in een browser, waar u meer ruimte hebt om de workflow te beschrijven en te controleren. De voltooide skill kan daarna met de Arc 3 synchroniseren.

Niet altijd. Een begeleide checklist of procedure kan zonder connector werken. Voeg een connector toe als Ari gegevens uit een andere applicatie nodig heeft of een actie moet uitvoeren in een gekoppelde dienst.

Ari biedt momenteel connectors voor diensten als Outlook, Calendar, Contacts en Teams, binnen een groeiende connectorbibliotheek. De beschikbaarheid kan afhangen van account- en organisatie-instellingen.

Start Ari op de bril en vraag in natuurlijke taal om de taak, bijvoorbeeld “Machinestoring melden.” Als de skill duidelijk is ontworpen, hoeft de formulering niet als een programmeeropdracht te voelen.

Ja. Skills worden in de browser beheerd, dus u kunt de workflow bewerken en opnieuw testen zonder een APK opnieuw te bouwen.

Kies voor ontwikkeling op maat als de workflow een complexe gebruikersinterface nodig heeft, niet-ondersteunde hardwarefuncties gebruikt of diepere integraties vraagt dan Ari-skills en connectors kunnen bieden.